“De Chinezen nemen het over”, “Auto’s worden onbetaalbaar” en “Strenge regelgeving maakt produceren onmogelijk.” Het zijn uitspraken die je regelmatig hoort in de autowereld. Toch draaien de fabrieken gewoon door en blijven merken nieuwe modellen ontwikkelen. Ook de grote Duitse premiumfabrikant uit Stuttgart presenteerde onlangs zijn jaarcijfers – en die zorgen voor gemengde gevoelens.
Aan de ene kant zijn de cijfers stevig: de winst is bijna gehalveerd. Aan de andere kant spreken we nog steeds over miljarden. Dat relativeert het beeld aanzienlijk. Het afgelopen boekjaar werd een winst van 5,3 miljard euro genoteerd, tegenover 10,4 miljard euro een jaar eerder. Een daling van 49 procent dus, maar nog altijd een bedrag waar de meeste bedrijven alleen maar van kunnen dromen.
Minder winst, maar nog altijd miljarden
Een winstval van bijna vijftig procent klinkt dramatisch, en in absolute zin is het dat ook. Toch is het belangrijk om de context te zien. Met 5,3 miljard euro winst blijft de fabrikant financieel gezond. Er is geen sprake van rode cijfers of acute noodmaatregelen, maar van een correctie na een uitzonderlijk sterk jaar.
Bovendien was het voorgaande jaar bijzonder winstgevend. In vergelijking daarmee valt elke terugval extra op. Het huidige resultaat moet dan ook worden gezien als een normalisatie in een uitdagende markt, niet als een teken dat het fundament onder het bedrijf wegvalt.
Verkoopcijfers onder druk, vooral in China
In totaal werden er het afgelopen jaar circa 2,16 miljoen voertuigen verkocht, inclusief bedrijfswagens. Kijken we alleen naar personenauto’s, dan blijven er ongeveer 1,8 miljoen exemplaren over. Dat betekent een daling van negen procent ten opzichte van het jaar daarvoor.
Die terugval is grotendeels toe te schrijven aan de Chinese markt, waar de verkoop met negentien procent afnam. Dat komt niet doordat Europese klanten massaal overstappen op Chinese merken, maar vooral doordat Chinese consumenten vaker kiezen voor binnenlandse alternatieven. Toch blijft China cruciaal: meer dan een derde van de totale productie is bestemd voor die markt.
Elektrische ambities kosten geld
De afgelopen jaren is fors geïnvesteerd in een volledig elektrische toekomst. Nieuwe platformen, batterijfabrieken en modelreeksen vragen enorme kapitaalinjecties. Wanneer de verkoop van die elektrische modellen achterblijft bij de verwachtingen, drukt dat direct op de winstgevendheid.
Sommige elektrische topmodellen blijken lastiger te verkopen dan gehoopt. Dat betekent dat investeringen zich minder snel terugverdienen. Deze situatie geldt overigens niet alleen voor deze fabrikant, maar voor vrijwel alle gevestigde merken die sterk hebben ingezet op elektrificatie.
Vooruitdenken en kostenbeheersing
De daling van de winst kwam niet volledig onverwacht. Al eerder werd rekening gehouden met moeilijkere marktomstandigheden. Daarom zijn in het voorgaande jaar al besparingsmaatregelen doorgevoerd, zoals efficiëntere productielijnen en scherpere controle op materiaalkosten.
Daarnaast worden functies geschrapt die niet direct met productie te maken hebben. Tegelijkertijd wordt het personeel dat blijft, beloond. Tienduizenden medewerkers ontvangen een bonus van 3.139 euro, uit te keren in april. Bovendien krijgt elke medewerker één aandeel van het bedrijf, ter gelegenheid van het 140-jarig jubileum van het eerste automobielpatent.
Een moeilijke fase, maar geen crisis
Hoewel een gehalveerde winst indrukwekkend klinkt, is er geen sprake van een existentiële crisis. De fabrikant blijft winstgevend, investeert in de toekomst en past zich aan veranderende marktomstandigheden aan. In een jaar waarin veel concurrenten eveneens worstelen, staat het bedrijf er relatief stabiel voor.
De combinatie van kostenbeheersing, strategische aanpassingen en blijvende investeringen in innovatie laat zien dat men vooruit blijft kijken. De winst mag dan lager zijn dan voorheen, de ambitie om een leidende rol in de autowereld te spelen is duidelijk nog springlevend.


